ECLI:NL:CRVB:2019:2616
Centrale Raad van Beroep · 07-08-2019 · zaaknummer 18/3541 WMO15
Inhoudsindicatie
Het college heeft kunnen concluderen dat de kinderen van appellante, zo nodig met aansturing van appellante, in staat worden geacht de huishoudelijke taken te verrichten. Dat de kinderen van appellante onvoldoende medewerking hebben verleend aan de geboden ondersteuning, komt voor rekening en risico van appellante. Appellante heeft niet met objectieve (medische) gegevens aannemelijk gemaakt dat haar kinderen wegens lichamelijke of psychische klachten niet in staat zijn om huishoudelijke activiteiten in huis te verrichten en dat appellante niet in staat is ze aan te sturen. Van de kinderen mag daarom worden gevergd dat zij de huishoudelijke taken als gebruikelijke hulp verrichten. Deze taken overstijgen niet de te verwachten gebruikelijke hulp.
Rechters
Advocaten
- J.J.M. van Asten
- S. Lind
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
