ECLI:NL:CRVB:2019:2530
Centrale Raad van Beroep · 25-07-2019 · zaaknummer 18/2840 AW
Inhoudsindicatie
Met appellante, en dus anders dan de rechtbank, is de Raad van oordeel dat de staatssecretaris niet aannemelijk heeft gemaakt dat bij appellante sprake is van ongeschiktheid voor de functie als bedoeld in 4.1. Ten tijde van de datum van beëindiging van het dienstverband (peildatum) was sprake van een vertrouwensbreuk tussen appellante en haar leidinggevenden binnen [ressort] van [onderdeel]. Ter zitting is namens de staatssecretaris bevestigd dat de mogelijkheden voor een herplaatsing van appellante niet zijn onderzocht. Dit betekent dat de staatssecretaris evenmin bevoegd was om appellante op andere gronden ontslag te verlenen. Hoger beroep slaagt. De Raad voorziet zelf in de zaak en zal het ontslagbesluit van 9 september 2016 herroepen.
Advocaten
- T.H. ten Wolde
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
