ECLI:NL:CRVB:2019:2500
Centrale Raad van Beroep · 25-07-2019 · zaaknummer 19/926 AW
Inhoudsindicatie
De Raad komt, anders dan de rechtbank, tot het oordeel dat voortzetting van het dienstverband niet in redelijkheid van het college kon worden gevergd. De conclusie is dat het college bevoegd was betrokkene ontslag te verlenen op grond van artikel 8:8 van de AGM en van deze bevoegdheid gebruik mocht maken. Het hoger beroep slaagt en de aangevallen uitspraak zal worden vernietigd. 4.5. Naar aanleiding van wat betrokkene in beroep heeft aangevoerd, overweegt de Raad dat de gedingstukken onvoldoende aanwijzingen bevatten voor het oordeel dat sprake was van een overwegend aandeel in de impasse van de zijde van het college. De aangeboden regeling moet daarom als passend worden beschouwd. Betrokkene heeft geen aanspraak op aanvullende compensatie.
Advocaten
- B. Damen
- G.P.F. van Duren
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
