ECLI:NL:CRVB:2019:2402
Centrale Raad van Beroep · 23-07-2019 · zaaknummer 17-4103 PW
Inhoudsindicatie
In geschil is of appellante over de huuropbrengsten kon beschikken. Vaststaat dat de huuropbrengsten op de bankrekening van appellante werden gestort, over welke rekening zij vrijelijk kon beschikken. Het feit dat appellante contractueel verplicht was om hypotheeklasten en andere kosten in verband met haar woning te betalen en de huuropbrengsten daarvoor heeft aangewend, betekent nog niet dat zij beperkt was in de beschikkingsmacht over die huuropbrengsten. Zij kon immers zelfstandig beslissen of zij de gelden op haar bankrekening voor dit doel wilde aanwenden. Het enkele bestaan van een pandrecht van de bank op de vorderingen die appellante had of zou krijgen op haar huurder maakte dat nog niet anders. De situatie dat de bank het pandrecht daadwerkelijk inroept, doet zich hier niet voor.
Rechters
Advocaten
- B.A. Veenendaal
- R.G.J. van Ommeren
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
