ECLI:NL:CRVB:2019:2376
Centrale Raad van Beroep · 10-07-2019 · zaaknummer 17-5970 ANW
Inhoudsindicatie
Gelet op artikel 4:125 van de Algemene wet bestuursrecht heeft het hoger beroep mede betrekking op besluit 3. Aangezien de Svb hangende de procedure tegen het herzieningsbesluit de daadwerkelijke invordering van het onverschuldigd betaalde bedrag tot februari 2019 heeft opgeschort, heeft appellant, zoals besproken ter zitting, geen procesbelang meer bij een beoordeling van de eerdere invorderingsbesluiten. Derhalve heeft hij evenmin belang bij een beoordeling van de aangevallen uitspraak. Het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard. Het betoog dat de volledige woonkosten uitsluitend aan appellant dienen te worden toebedeeld, wordt niet gevolgd. Van schending van het vertrouwensbeginsel is niet gebleken.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
