ECLI:NL:CRVB:2019:2363
Centrale Raad van Beroep · 10-07-2019 · zaaknummer 18/2375 WMO
Inhoudsindicatie
Ter zitting van de Raad is namens het college meegedeeld dat het zijn standpunt dat de verantwoording van het pgb voor het jaar 2013 onvolkomenheden bevat, niet langer handhaaft. In de tekst van artikel 2.6.9, negende lid, van de RsA ziet de Raad geen aanknopingspunten voor het oordeel dat appellante in het jaar 2013 gehouden was de ophoging van € 3.332,-, te gebruiken voor betaling van huishoudelijke hulp. Geen schending van aan het pgb verbonden verplichting als bedoeld onder 1.2. College was niet bevoegd om het besluit van 23 maart 2012 tot een bedrag van € 6.651,84 in te trekken en dat bedrag van appellante terug te vorderen.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
