ECLI:NL:CRVB:2019:232
Centrale Raad van Beroep · 24-01-2019 · zaaknummer 16/2630 ZW
Inhoudsindicatie
Het oordeel van de rechtbank dat appellante door haar gedragingen, zoals die uitgebreid zijn weergegeven in de beschikking van de kantonrechter van 13 augustus 2014, een benadelingshandeling heeft gepleegd, wordt onderschreven. Gedragingen op zich niet bestreden, appellante stelt niet verwijtbaar. Appellante heeft in een vroeg stadium rapporten en informatie overgelegd, waaruit blijkt van psychische klachten. Uwv had bij de besluitvorming onderzoek moeten doen naar de psychische gesteldheid van appellante ten tijde van haar meergenoemde gedragingen. Het bestreden besluit is in zoverre onvoldoende onderbouwd en gemotiveerd. In de medische stukken worden geen aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat appellante in die periode leed aan een dusdanig ernstige aandoening dat zij niet in staat was om normaal contact met haar werkgever te onderhouden, zich te houden aan afspraken, en mee te werken aan haar re-integratie. Geen dringende redenen. Motiveringsgebrek kan worden gepasseerd. Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
