ECLI:NL:CRVB:2019:2319
Centrale Raad van Beroep · 04-07-2019 · zaaknummer 18/4475 AW, 18/4476 AW, 18/4477 AW
Inhoudsindicatie
De Raad leidt uit de bewoordingen en strekking van artikel 8 van de Regeling niet af dat het woord ‘auto’ dient te worden uitgelegd als ‘privéauto’. Dienstautobeleid politie en de Tijdelijke regeling overgangsbeleid regelt het gebruik van de privéauto dan wel dienstauto. Dit beleid bevat geen uitzondering voor hondengeleiders. Overgangstermijn van zes jaren na de inwerkingtreding van de Regeling. Het verplichten de privéauto te gebruiken is sprake van inmenging (regulering) in een eigendomsrecht van appellanten. Zoals de rechtbank uitgebreid en overtuigend heeft overwogen, is deze inmenging gerechtvaardigd. Redelijke proportionaliteitsrelatie. Geen sprake is van een ‘individual and excessive burden’. Geen strijd met artikel 8, eerste lid, van het EVRM. Definitie arbeidsplaats. Arbeidsmiddel.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
