ECLI:NL:CRVB:2019:1937
Centrale Raad van Beroep · 06-06-2019 · zaaknummer 16/2140 ZW
Inhoudsindicatie
1) Het Uwv heeft op goede gronden vastgesteld dat appellante geen recht meer heeft op een ZW‑uitkering, omdat zij geschikt geacht wordt voor het verrichten van de maatgevende arbeid, bestaande uit ten minste één van de in het kader van de WIA-beoordeling geselecteerde functies. 2) Het Uwv heeft op goede gronden vastgesteld dat appellante geen recht heeft op een WIA uitkering, omdat geen sprake is van een toename van haar arbeidsongeschiktheid uit dezelfde ziekteoorzaak als bedoeld in artikel 55 van de Wet WIA.
Rechters
Advocaten
- W.A. Timmer
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
