ECLI:NL:CRVB:2019:1933
Centrale Raad van Beroep · 05-06-2019 · zaaknummer 17/4892 WW
Inhoudsindicatie
De rechtbank heeft de beroepsgronden van appellant uitvoerig besproken en overtuigend gemotiveerd waarom deze niet slagen. Het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen, zoals samengevat weergegeven in overweging 2, worden onderschreven. De stellingen van appellant over gewoonte en gebruik binnen werkgeefster bij verzoeken om verlof en ongestrafte ongeoorloofde afwezigheid, zijn niet onderbouwd met stukken. Aan de werkloosheid van appellant ligt een dringende reden in de zin van artikel 7:678 van het BW ten grondslag , waarvan hem ter zake een verwijt kan worden gemaakt.
Advocaten
- C.J. Driessen
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
