ECLI:NL:CRVB:2019:191
Centrale Raad van Beroep · 10-01-2019 · zaaknummer 18-2486 AW
Inhoudsindicatie
Met het college is de Raad van oordeel dat uit de verklaringen, noch uit de e-mailberichten, blijkt dat op de peildatum de werkzaamheden een zodanig substantieel en structureel onderdeel van het takenpakket van appellant uitmaakten, dat inpassing van appellant in de functie van medewerker vergunningverlening C onhoudbaar is. Het college heeft, ook in het licht van wat is overwogen, voldoende gemotiveerd waarom appellant niet is geplaatst in de door hem gewenste functie van medewerker vergunningverlening D.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
