ECLI:NL:CRVB:2019:1683
Centrale Raad van Beroep · 17-05-2019 · zaaknummer 16/7995 AWBZ
Inhoudsindicatie
Pgb’s voor 2013 en 2014 ten onrechte op nihil vastgesteld en teruggevorderd. Ter zitting heeft het zorgkantoor naar voren gebracht dat, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, de aan appellante verleende persoonlijke verzorging wel als AWBZ-zorg kan worden aangemerkt. Als nader standpunt heeft het zorgkantoor een beredeneerde schatting ingebracht van de hoeveelheid AWBZ-zorg die door appellante is ingekocht in de jaren 2013 en 2014. Deze schatting leidt ertoe dat het zorgkantoor – alsnog – bereid is de helft van de ingekochte zorg goed te keuren, wat zou betekenen dat de voor 2013 en 2014 verleende pgb’s zouden kunnen worden vastgesteld op 50% van de oorspronkelijk verleende bedragen. De terugvordering zou daarmee ook met 50% worden verminderd. De Raad ziet in de stukken en het verhandelde ter zitting geen aanleiding om tot een ander oordeel of een andere schatting te komen. Met partijen wordt vastgesteld dat appellante met de vaststelling van haar pgb’s over de jaren 2013 en 2014 aan de hand van de beredeneerde schatting van het zorgkantoor niet tekort wordt gedaan. De Raad zal de pgb’s dan ook overeenkomstig deze schatting vaststellen.
Rechters
Advocaten
- G.J.W. Pulles
- M.F. Vermaat
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
