ECLI:NL:CRVB:2019:1201
Centrale Raad van Beroep · 04-04-2019 · zaaknummer 18/5766 AW
Inhoudsindicatie
De disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag is onevenredig aan de aard en de ernst van het plichtsverzuim. De minister heeft de gedraging terecht beschouwd als buitenproportioneel geweld en als (toerekenbaar) plichtsverzuim kunnen aanmerken. Bij de beoordeling van de zwaarte van de aan betrokkene opgelegde straf neemt de Raad in ogenschouw dat een deel van het betrokkene verweten plichtsverzuim buiten beschouwing moet blijven. Betrokkene heeft weliswaar buitenproportioneel geweld gebruikt, maar er was geen sprake van het toepassen van hevig geweld. De ingeslotene heeft door de duw en het slaan geen - fysiek - letsel opgelopen; hij heeft geen medische verzorging nodig gehad. De ingeslotene heeft, ook nadat hij over het voorval is gehoord, geen aangifte gedaan.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
