ECLI:NL:CRVB:2018:656
Centrale Raad van Beroep · 07-03-2018 · zaaknummer 16/2189 WIA
Inhoudsindicatie
Werkgeefster mag de IVA-uitkering in mindering brengen op de loonbetaling aan werkneemster. Uit het oogpunt van de bedoeling van de uitzonderingsbepaling van art.4, lid 2, Inkomensbesluit, is niet in te zien dat, vanaf het moment waarop vaststaat dat sprake is van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid, voor het laten prevaleren van de IVA-uitkering boven de loondoorbetaling rechtens en feitelijk verschil bestaat tussen de situatie waarin de IVA-uitkering met een verkorte wachttijd is toegekend en de situatie waarin de IVA-uitkering zonder wachttijd is toegekend. In de artikelsgewijze toelichting is voor dit onderscheid geen objectieve en redelijke rechtvaardiging te lezen. Ook het Uwv heeft geen rechtvaardiging hiervoor gegeven. De situatie waarin de IVA-uitkering niet is toegekend met een verkorte wachttijd, maar zonder wachttijd, moet vanaf het moment van toekenning gelijk behandeld worden als de in artikel 4, tweede lid, van het Inkomensbesluit, omschreven situatie.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
