ECLI:NL:CRVB:2018:444
Centrale Raad van Beroep · 15-02-2018 · zaaknummer 17/2107 AW
Inhoudsindicatie
Plichtsverzuim vast komen staan. Anders dan de rechtbank en met appellant heeft de Raad de overtuiging gekregen dat betrokkene zich samen met A en B schuldig heeft gemaakt aan handel in afvalstoffen. Hierbij met name betekenis toegekend aan verklaringen van medewerkers uit eigen onderzoek van appellant. De verklaring van B, de beheerder, biedt ondersteuning van de genoemde verklaringen. Hieruit volgt dat betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan gedraging 1 genoemd onder 1.5 en dat ook deze gedraging plichtsverzuim oplevert. Wat betreft de gedragingen 2 en 3 bestaat evenzeer de overtuiging dat betrokkene deze heeft begaan. Toerekenbaar. De opgelegde disciplinaire straf van ontslag is niet onevenredig aan het gepleegde plichtsverzuim. Aangevallen uitspraak moet worden vernietigd.
Advocaten
- A.W. van Duijnhoven
- M.L.M. van de Laar
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
