ECLI:NL:CRVB:2018:4234
Centrale Raad van Beroep · 19-12-2018 · zaaknummer 17/7565 WW
Inhoudsindicatie
Uit de stukken blijkt dat appellant in de maand juli 2016 een bedrag van € 2.188,62 aan inkomsten heeft ontvangen en in de maand augustus 2016 een bedrag van € 3.087,41. Appellant heeft de juistheid van deze bedragen ook in hoger beroep niet gemotiveerd betwist. Deze bedragen zijn hoger dan 87,5% van het maandloon. Dit betekent dat het Uwv terecht heeft vastgesteld dat de WW‑uitkeringen van appellant per 1 juli 2016 zijn geëindigd. Ook in hoger beroep is het bedrag van de terugvordering niet gemotiveerd betwist. Uwv is gehouden de onverschuldigd betaalde WW‑uitkering terug te vorderen. De stelling over de gevolgen van terugvordering is door appellant niet onderbouwd, geen dringende reden.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
