ECLI:NL:CRVB:2018:4229
Centrale Raad van Beroep · 13-12-2018 · zaaknummer 16/7376 WIA
Inhoudsindicatie
Het oordeel van de rechtbank dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek voldoende zorgvuldig is geweest, wordt gedeeld. Het gegeven dat de FML van 11 december 2014 die is vastgesteld in het kader van de EZWb verschilt van de FML van 3 november 2015 die ten grondslag ligt aan de beoordeling waar het in deze zaak om gaat, leidt niet tot een ander oordeel. Geen reden om aan te nemen dat appellant belemmeringen heeft ondervonden bij de onderbouwing van zijn standpunt dat het Uwv zijn beperkingen heeft onderschat. De rechtbank heeft terecht geen aanleiding gezien voor het oordeel dat het Uwv de belastbaarheid van appellant op de datum in geding onjuist heeft ingeschat. De rechtbank wordt gevolgd in het oordeel dat met de klachten van appellant voldoende rekening is gehouden door beperkingen op te nemen in de FML. Geen aanleiding een deskundige te benoemen. Uitgaande van de vaste rechtspraak betreffende maatman, wordt appellant niet gevolgd in zijn standpunt dat het Uvw ten onrechte is uitgegaan van de functie van kistenmaker. Appellant wordt in staat geacht de aan de geduide functies verbonden werkzaamheden te vervullen.
Advocaten
- P. Hanenberg
- W. Breure
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
