ECLI:NL:CRVB:2018:4216
Centrale Raad van Beroep · 17-12-2018 · zaaknummer 16/4742 WW
Inhoudsindicatie
Ter uitvoering van de tussenuitspraak (ECLI:NL:CRVB:2018:582) heeft het Uwv nadere stukken ingezonden. Aan het ontslag van appellante ligt een dringende reden in de zin van artikel 7:678 van het BW ten grondslag. Gelet op het feit dat appellante ter zake een verwijt kan worden gemaakt, is zij verwijtbaar werkloos geworden in de zin van artikel 24, tweede lid, aanhef en onder a, van de WW. Nu er geen aanwijzingen zijn dat de werkloosheid appellante niet in overwegende mate kan worden verweten, was het Uwv op grond van artikel 27, eerste lid, van de WW gehouden een maatregel op te leggen door een bedrag blijvend op de WW uitkering van appellante in mindering te brengen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
