ECLI:NL:CRVB:2018:3985
Centrale Raad van Beroep · 29-11-2018 · zaaknummer 18/5202 WLZ-VV
Inhoudsindicatie
Toewijzing verzoek om voorlopige voorziening. Gelet op het plausibel geachte, standpunt en het bewijsaanbod dat door verzoekster is gedaan, is de voorzieningenrechter voorlopig van oordeel dat op voorhand niet is uit te sluiten dat op verzoekster per 1 februari 2014 de Nederlandse wetgeving van toepassing is. Hier kan pas uitsluitsel over worden gegeven als verzoekster de in haar bezit zijnde bewijsstukken aandraagt en de Svb zich daarover heeft uitgelaten. Het hoger beroep kan om die reden een redelijke kans van slagen niet worden ontzegd. Verzoekster moet geacht worden met ingang van 1 februari 2014 verzekerd te zijn ingevolge de Wlz tot zes weken nadat door de Raad op het hoger beroep is beslist dan wel tot het hoger beroep is ingetrokken.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
