ECLI:NL:CRVB:2018:384
Centrale Raad van Beroep · 31-01-2018 · zaaknummer 17/4352 WSF
Inhoudsindicatie
Boete terecht opgelegd. Boeteoplegging berust op het aan artikel 9.9, tweede lid, van de Wsf 2000 ontleende wettelijk vermoeden dat appellante ook voorafgaand aan de controle niet op haar brp-adres heeft gewoond. Geen bewijsstukken overgelegd die redelijke twijfel wekken aan het gehanteerde wettelijk vermoeden. De boete die de minister aan appellante heeft opgelegd is evenredig. Niet is gebleken van verminderde verwijtbaarheid of van bijzondere omstandigheden op grond waarvan de minister een lagere boete had moeten opleggen.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
