ECLI:NL:CRVB:2018:3791
Centrale Raad van Beroep · 14-11-2018 · zaaknummer 16/845 WAO
Inhoudsindicatie
Appellant heeft niet betwist dat hij in de betreffende periode de door het Uwv vastgestelde inkomsten heeft genoten. Evenmin in geschil dat de WAO-uitkering in deze periode niet tot uitbetaling diende te komen. Gelet hierop was Uwv in beginsel gehouden de WAO-uitkering met terugwerkende kracht niet uit te betalen. Tekst en strekking van artikel 44 WAO staan aan toepassing terugwerkende kracht niet in de weg. In hoger beroep geen aanknopingspunten voor oordeel dat anticumulatie niet kon. Geen afzonderlijke beroepsgronden tegen berekeningen. Boete. Geen aanleiding voor verminderde verwijtbaarheid. Boetebedrag aangepast. De redelijke termijn is met bijna een jaar overschreden, geheel aan de bestuursrechter toe te rekenen.
Rechters
Advocaten
- B.J.M. de Leest
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
