ECLI:NL:CRVB:2018:3519
Centrale Raad van Beroep · 08-11-2018 · zaaknummer 17/3044 AW
Inhoudsindicatie
Het college heeft na het wachtkamergesprek slechts ingezet op het vertrek van appellant en niet meer geprobeerd om te bezien of een andere oplossing mogelijk was. Naar het oordeel van de Raad is dit onzorgvuldig en onbegrijpelijk, temeer nu in de periode daarvoor juist groot vertrouwen in het functioneren van appellant werd uitgesproken en appellant al vele jaren in dienst was bij de gemeente. Gelet op deze uitdrukkelijke vermelding in het bestreden besluit en anders dan het college heeft betoogd, zijn de overige in het bestreden besluit genoemde gedragingen betekenisloos geworden voor het ontslag. De Raad gaat daar dus aan voorbij. College heeft geen pogingen gedaan om tot een objectieve vaststelling te komen. [B] heeft pas op 1 april 2015 een schriftelijke weergave opgesteld van wat hij op 2 september 2014 had gehoord. Appellant heeft hierop, voorafgaand aan het ontslagbesluit van 8 april 2015, geen reactie kunnen geven. College was niet bevoegd om appellant op grond van artikel 8:8 van de CAR/UWO te ontslaan. De Raad zal zelf in de zaak voorzien en het besluit van 8 april 2015 herroepen. Bpb kent een limitatief stelsel van forfaitaire vergoedingen, geen integrale vergoedingen.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
