ECLI:NL:CRVB:2018:2851
Centrale Raad van Beroep · 20-09-2018 · zaaknummer 17/2323 AOW
Inhoudsindicatie
Anders dan de Svb is de Raad van oordeel dat appellant door het overleggen van originele jaaropgaven over 1971 en 1972, in combinatie met een origineel, op zijn volledige toenmalige naam gesteld identiteitsbewijs van de werkgever, voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in die jaren in Nederland heeft gewerkt. Appellant heeft alsnog met ingang van 1 juli 2012 recht op een AOW-pensioen op basis van twee verzekerde jaren. Over het tijdvak hiervóór hoeft de Svb niet terug te komen van het eerdere afwijzingsbesluit.
Advocaten
- C.A.J. de Roy van Zuydewijn
- G. E. Eind
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
