ECLI:NL:CRVB:2018:2761
Centrale Raad van Beroep · 04-09-2018 · zaaknummer 17/1241 NIOAW
Inhoudsindicatie
Uit de overwegingen volgt dat in de IOAW en het AIB geen grondslag bestaat voor het betrekken van inkomen waarover appellante redelijkerwijs kan beschikken, in dit geval in de vorm van te bedingen vergoedingen voor op geld waardeerbare activiteiten. Alleen inkomen uit arbeid en overig inkomen zoals bepaald in het AIB kunnen voor het bepalen van de hoogte van de IOAW-uitkering worden betrokken. Het college heeft niet aannemelijk gemaakt dat appellante dergelijk inkomen heeft genoten. Appellante heeft verklaard dat zij voor haar huishoudelijke activiteiten, die zij beschouwde als vrijwilligerswerk en mantelzorg, geen financiële vergoeding heeft ontvangen. Het college heeft dit niet betwist en heeft ook geen nader onderzoek gedaan naar eventueel ontvangen financiële vergoedingen. Ook overigens is uit de gedingstukken niet gebleken van door appellante voor de activiteiten ontvangen financiële vergoedingen.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
