ECLI:NL:CRVB:2018:2545
Centrale Raad van Beroep · 16-08-2018 · zaaknummer 16/2437 ZW
Inhoudsindicatie
De in de tussenuitspraak (ECLI:NL:CRVB:2017:2475) geconstateerde gebreken zijn hersteld door een nader rapport van een verzekeringsarts. Zoals in de tussenuitspraak is geoordeeld, dient op de datum waarop het al dan niet verlengen van de no-riskpolis aan de orde is, te weten 13 december 2014, een inschatting te worden gemaakt van het te verwachten risico. De verzekeringsarts heeft inzichtelijk gemotiveerd dat bij werknemer geen sprake is van een aanzienlijk verhoogd risico op ernstige gezondheidsklachten. Geen aanknopingspunten om het door het Uwv ingenomen standpunt voor onjuist te houden. Dit leidt tot de conclusie dat het Uwv terecht en op goede gronden heeft geweigerd om de no-riskpolis per 13 december 2014 te verlengen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
