ECLI:NL:CRVB:2018:237
Centrale Raad van Beroep · 25-01-2018 · zaaknummer 17-1652 AW
Inhoudsindicatie
De Raad heeft niet de overtuiging gekregen dat betrokkene de opzet had om onjuiste declaraties in te dienen met de bedoeling om een hogere reiskostenvergoeding te verkrijgen en acht de straf van onvoorwaardelijk ontslag niet evenredig aan het gepleegde plichtsverzuim. Anders dan de rechtbank acht de Raad een voorwaardelijk ontslag met daaraan gekoppeld de voorwaarde van een verhuisverplichting in de gegeven omstandigheden ook een te zware straf. Voor het gepleegde plichtsverzuim zou de minister wel de straf van een schriftelijke berisping kunnen opleggen als bedoeld in artikel 81, eerste lid, aanhef en onder a, van het ARAR. Nieuw besluit op bezwaar.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
