ECLI:NL:CRVB:2018:2301
Centrale Raad van Beroep · 26-07-2018 · zaaknummer 16/4359 WAO
Inhoudsindicatie
Amber-beoordeling. Uit (de) gegevens volgt niet dat bij appellant in de periode van vijf jaar na 1 augustus 1992 sprake is geweest van een periode van arbeidsongeschiktheid die aaneensluitend langer dan vier weken heeft geduurd. Onderkend wordt dat appellant rugklachten ondervond en nog steeds ondervindt, maar de gegevens van de huisarts duiden niet op rugklachten per 1 augustus 1992. De toelichting die appellant in de stukken en ter zitting heeft gegeven bij de door hem verrichte werkzaamheden in de veehandel na de intrekking van de WAO-uitkering, vormt onvoldoende bewijs voor zijn stelling dat hij door zijn rugklachten arbeidsongeschikt was.
Rechters
Advocaten
- E. Schriemer
- J.M. Stam
- M.J.H.H. Fuchs
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
