ECLI:NL:CRVB:2018:2289
Centrale Raad van Beroep · 26-07-2018 · zaaknummer 17/6068 AW
Inhoudsindicatie
Inleveren van dienstauto. Aan appellanten kan worden toegegeven dat zij voor het inleveren van de dienstauto niet financieel zijn gecompenseerd in die zin dat zij (al dan niet tijdelijk) een hogere financiële vergoeding zijn gaan ontvangen dan collega’s die voorheen niet over een dienstauto konden beschikken. Daarbij neemt de Raad, evenals de rechtbanken, in aanmerking, dat appellanten al langere tijd hadden kunnen weten dat het gebruik van de dienstauto in hun geval waarschijnlijk beëindigd zou worden. Bovendien hebben zij de dienstauto nog drie maanden kunnen gebruiken; zo’n verlenging is een passende tegemoetkoming bij een voorziening in natura zoals het gebruik van een dienstauto.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
