ECLI:NL:CRVB:2018:1533
Centrale Raad van Beroep · 22-05-2018 · zaaknummer 18/934 AW
Inhoudsindicatie
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat de minister in redelijkheid gebruik heeft kunnen maken van zijn bevoegdheid om het wachtgeld van appellante over de periode van 1 september 2014 tot 1 oktober 2016 vervallen te verklaren. Overwegingen rechtbank overgenomen. De toepassing van artikel 3:40 Awb betekent ook voor een besluit met terugwerkende kracht dat het pas in werking kan treden vanaf het moment dat het is bekendgemaakt.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
