ECLI:NL:CRVB:2018:1160
Centrale Raad van Beroep · 05-04-2018 · zaaknummer 16/6367 AW
Inhoudsindicatie
Hoogte loopbaanpremie. Betrokkene is in de periode van 22 november 2004 tot 1 augustus 2005, waarin hij was aangewezen als herplaatsingskandidaat, op aanwijzing van het bevoegde gezag en onweersproken door appellant, werkzaam gebleven in een SB-functie (substantieel bezwarende functie). Met de rechtbank en anders dan appellant oordeelt de Raad dat een redelijke uitleg van de Tijdelijke regeling overstap naar een niet substantieel bezwarende functie (Tijdelijke regeling) meebrengt dat in dat geval de periode die voor de toepassing van artikel 8, derde lid, van de Tijdelijke regeling bepalend is voor de hoogte van de loopbaanpremie niet is onderbroken. Voor de restrictieve uitleg van artikel 8, derde lid, van de Tijdelijke regeling, als voorgestaan door appellant, is geen steun te vinden in de bewoordingen van die bepaling, noch in de toelichting daarop. Voorts is een dergelijke restrictieve uitleg niet passend bij het doel en de achtergrond van de Tijdelijke regeling.
Advocaten
- F.A.M. Wuijts
- M.A. Billiet-de Jonge
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
