ECLI:NL:CRVB:2018:1092
Centrale Raad van Beroep · 05-04-2018 · zaaknummer 17/3520 AW
Inhoudsindicatie
De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat het bezwaar van 25 mei 2016 terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Dat bezwaar kon dus ook niet worden opgevat als een verzoek als bedoeld in artikel 4:6 van de Awb om terug te komen van de weigering de aanstelling voort te zetten. De tijdelijke aanstelling van appellant is niet geconverteerd in een vaste aanstelling. Ook is geen ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezegging gedaan dat de aanstelling van appellant zou worden verlengd. Vernietiging besluit voor zover daarbij het bezwaar van 25 mei 2016 tegen de beëindiging van de tijdelijke aanstelling niet-ontvankelijk is verklaard. De Raad voorziet zelf.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
