ECLI:NL:CRVB:2017:765
Centrale Raad van Beroep · 01-03-2017 · zaaknummer 16/1823 WSF
Inhoudsindicatie
Herziening en terugvordering studiefinanciering. Nu het onderzoek in deze zaak mede is verricht door een onbevoegde controleur zijn de bevindingen van dat onderzoek onrechtmatig verkregen en als bewijs ontoelaatbaar. Dit betekent dat de bevindingen van het onderzoek niet als grondslag kunnen dienen voor het bestreden besluit. Het bestreden besluit rust echter niet enkel op de bevindingen van het onderzoek, maar ook op de erkenning van appellant dat hij ten tijde van het onderzoek niet op het brp-adres woonde. Appellant is er niet in geslaagd het verlangde bewijs te leveren, waaruit kan worden afgeleid dat hij van januari 2012 tot en met maart 2015 wél op het brp-adres heeft gewoond. De overgelegde poststukken, de verklaringen van de buren, de verloofde van appellant en de hoofdbewoner van het brp-adres zijn daartoe onvoldoende, nu hierin geen enkele – gedetailleerde – informatie wordt gegeven over de feitelijke woon- en leefsituatie van appellant op het brp-adres. Ook de twee huisbezoeken op het brp-adres voor 1 januari 2012 leiden niet tot een ander oordeel. Deze huisbezoeken hebben plaatsgevonden op momenten die niet gelegen zijn in de periode waarop de herziening ziet en waarin bovendien een ander toetsingskader aan de orde was. De minister behoefde dan ook geen aanleiding te zien om met toepassing van de hardheidsclausule af te zien van herziening over (een deel van) de periode voorafgaand aan het huisbezoek.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
