ECLI:NL:CRVB:2017:492
Centrale Raad van Beroep · 01-02-2017 · zaaknummer 16/3002 WLZ
Inhoudsindicatie
CIZ heeft de aanvraag terecht afgewezen omdat CIZ niet bevoegd was appellante te indiceren voor zorg als bedoeld in de Wlz aangezien zij geen verzekerde is. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank in de aangevallen uitspraak. Gelet op artikel 122a van de Zvw kan appellante zich immers zonder indicatie tot een zorgaanbieder wenden voor een beoordeling welke zorg medisch noodzakelijk is. Geen strijd met het internationale recht. In zijn uitspraken van 6 juni 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW7703 en 4 juni 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:2043, heeft de Raad vastgesteld dat de Staat uitdrukkelijk heeft gekozen om ter invulling van de verplichtingen die onder meer voortvloeien uit artikel 8 van het EVRM de vergoedingsregeling van artikel 122a van de Zvw te introduceren. In genoemde uitspraken overweegt de Raad dat niet is gebleken dat het in artikel 122a van de Zvw neergelegde systeem in zijn algemeenheid de toegankelijkheid van medisch noodzakelijke zorg aan de hier bedoelde doelgroep niet faciliteert. Deze door de Staat gemaakte keuze valt binnen de ruime “margin of appreciation” die de Staat toekomt waar het gaat om de besteding van publieke middelen.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
