ECLI:NL:CRVB:2017:428
Centrale Raad van Beroep · 01-02-2017 · zaaknummer 14/1635 WMO
Inhoudsindicatie
De Raad zal bij het zelf voorzien aansluiting zoeken bij de laatste niet meer in geschil zijnde toekenning voor hulp bij het huishouden van appellante. Dit betreft het besluit van 23 mei 2011 waarbij 6 uur en 30 minuten hulp bij het huishouden per week aan appellante is toegekend. Dit betekent dat appellante voor de periode van 13 februari 2012 tot en met 9 september 2012 in aanmerking komt voor 6 uur en 30 minuten hulp bij het huishouden per week. Voor de periode van 10 september 2012 tot en met 12 mei 2013 komt appellante in aanmerking voor 6 uur en 10 minuten hulp bij het huishouden per week, nu appellante niet heeft betwist dat zij in deze periode in staat was tot het verrichten van de lichte huishoudelijke taken op borsthoogte en dat hiervoor een aftrek van 20 minuten per week geldt. Voor de periode vanaf 13 mei 2013 moet ervan worden uitgegaan dat appellante gebruik kan maken van de maaltijdservice en dat er geen noodzaak is voor het toekennen van tijd voor maaltijdverzorging. Dit betekent dat appellante vanaf 13 mei 2013 in aanmerking komt voor 3 uur hulp bij het huishouden per week. De redelijke termijn is in deze procedures niet overschreden.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
