ECLI:NL:CRVB:2017:4077
Centrale Raad van Beroep · 01-11-2017 · zaaknummer 17/1109 WSF
Inhoudsindicatie
Als studerende hetzelfde brp-adres opgeeft waarvan door de minister eerder is vastgesteld dat hij daar niet woonde, mag de minister verlangen dat studerende aantoont, zo veel mogelijk met objectief bewijs, dat hij op de latere datum voldoet aan de vereisten om voor het normbedrag voor een uitwonende studerende in aanmerking te komen. Vaste rechtspraak. Voorbeelden objectieve bewijsstukken. Met juistheid heeft de rechtbank van de verklaringen van de twee familieleden vastgesteld en de vader van appellants neefje dat zij weinig concrete informatie bevatten waaruit kan worden afgeleid dat appellant op 1 januari 2016 op zijn brp-adres woonde. Poststukken van de Belastingdienst en de gemeente Rotterdam zeggen niets over de feitelijke bewoning van het brp-adres.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
