ECLI:NL:CRVB:2017:4022
Centrale Raad van Beroep · 16-11-2017 · zaaknummer 17/1378 AW
Inhoudsindicatie
De Raad is met de rechtbank en de directeur van oordeel dat de handelwijze van appellant te kwalificeren is als het willens en wetens uitvoeren van handelingen om te frauderen als bedoeld in de toelichting op artikel 22 van de OER. Uit de verklaringen van appellant blijkt dat geen sprake was van onnadenkend dan wel naïef gedrag. Uitkomst belangenafweging door directeur is niet disproportioneel. Inschrijving van appellant is op goede gronden beëindigd. Beslissingsbevoegdheid directeur op grond van OER.
Rechters
Advocaten
- M.M. Teklenburg
- V.N. van Waterschoot
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
