ECLI:NL:CRVB:2017:3990
Centrale Raad van Beroep · 16-11-2017 · zaaknummer 17-3430 AW
Inhoudsindicatie
Anders dan de rechtbank in het voetspoor van de raad van bestuur heeft overwogen, behelst de in het besluit van 14 mei 2015 opgenomen, uitdrukkelijke voortzetting van de aanstelling niet de derde, maar de vierde aanstelling op rij van appellante in tijdelijke dienst. Het besluit van 14 mei 2015 - in strijd met artikel 2.4.2, vierde lid, van de CAO UMC - is pas genomen nadat het opvolgende dienstverband als hiervoor bedoeld al van rechtswege was ontstaan. Einddatum 21 mei 2015 niet aangemerkt als een kennelijke verschrijving. Met ingang van 21 mei 2015 is dan ook sprake van een vierde dienstbetrekking, met de op grond van artikel 2.4.5, tweede lid, van de CAO UMC daaruit van rechtswege voortvloeiende gevolgen. De Raad voorziet zelf.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
