ECLI:NL:CRVB:2017:3603
Centrale Raad van Beroep · 06-10-2017 · zaaknummer 13/3394 WWAJ
Inhoudsindicatie
Vastgesteld wordt dat het Uwv is tegemoetgekomen aan appellante in die zin dat appellante met het hoger beroep – zelfs als zij gelijk zou hebben met haar stelling dat ook in de FML haar beperkingen niet juist zijn weergegeven – geen hogere mate van arbeidsongeschiktheid kan bereiken dan de mate van 80 tot 100% die door het Uwv bij dat besluit is vastgesteld. De omstandigheid dat appellante zich niet kan verenigen met de voor haar in de FML vastgelegde beperkingen is onvoldoende belang voor een beoordeling van het besluit van 31 oktober 2016. Immers, bij elke toekomstige (her)beoordeling van het recht op een Wajong-uitkering wordt de belastbaarheid van een verzekerde opnieuw vastgesteld. Het besluit wordt daarom niet in de beoordeling in hoger beroep betrokken.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
