ECLI:NL:CRVB:2017:2823
Centrale Raad van Beroep · 16-08-2017 · zaaknummer 16/6650 WSF
Inhoudsindicatie
Het bezwaar is door de minister terecht niet-ontvankelijk verklaard. De Raad komt tot de slotsom dat het zuur is voor appellante dat zij, door blindelings op haar moeder te vertrouwen, geconfronteerd is met een schuld uit rentedragende lening. Echter nu appellante redelijkerwijs (van meet af aan) op de hoogte had kunnen zijn van de op haar naam verstrekte lening valt het haar toe te rekenen dat zij pas bezwaar heeft gemaakt tegen de schuld uit rentedragende lening in november 2015, ver na het verstrijken van de wettelijke termijn. De termijnoverschrijding komt dan ook voor risico van appellante.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
