ECLI:NL:CRVB:2017:2266
Centrale Raad van Beroep · 29-06-2017 · zaaknummer 16/860 AW
Inhoudsindicatie
De Raad stelt op grond van de gedingstukken vast dat op 17 april 2013 met appellant 1 het gesprek bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling heeft plaatsgevonden, zodat binnen de in het tweede lid van dat artikel genoemde termijn van dertig dagen is gebleven. Ten aanzien van appellant 2 stelt de Raad vast dat op 17 april 2013 het gesprek bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling heeft plaatsgevonden en dat ook in zijn geval binnen de termijn van dertig dagen is gebleven. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat, nu de beoordelingen niet boven de norm zijn, daarin geen toekomstverwachtingen hadden hoeven te worden opgenomen dan wel achteraf alsnog adviezen over de verwachte geschiktheid moesten worden opgemaakt. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat de beoordelingen van appellanten op voldoende gronden berusten en de terughoudende toets kunnen doorstaan.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
