ECLI:NL:CRVB:2017:2135
Centrale Raad van Beroep · 07-06-2017 · zaaknummer 15/6566 ZW
Inhoudsindicatie
Het oordeel van de rechtbank, dat het Uwv op grond van de gegevens uit het rapport werknemersfraude aannemelijk heeft gemaakt dat appellant in de hier van belang zijnde periode van 13 juli 2013 tot en met 5 december 2013 niet in dienst van [uitzendbureau] werkzaam is geweest, wordt onderschreven. Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat appellant er niet in is geslaagd om aan de hand van objectieve en verifieerbare gegevens aannemelijk te maken dat hij in de hier van belang zijnde periode werkzaam is geweest in dienst van [uitzendbureau]. Appellant wordt niet gevolgd in zijn standpunt dat de rechtbank ten onrechte geen rekening heeft gehouden met zijn medische situatie en daarom geen zwaarwegende betekenis heeft mogen toekennen aan zijn verklaring van 25 november 2014. Beroep op artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden is niet met (medische) gegevens onderbouwd.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
