ECLI:NL:CRVB:2017:1674
Centrale Raad van Beroep · 04-05-2017 · zaaknummer 16/408 AW
Inhoudsindicatie
Appellant heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de door betrokkene naar voren gebrachte omstandigheden niet leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard en dat evenmin sprake is van een bijzondere situatie die de regelgever bij het tot stand brengen van de regeling niet heeft voorzien. Dat betrokkene in verband met zijn ziekte een functie is gaan vervullen met een lagere salarisschaal dan voorheen, wat gevolgen heeft gehad voor zijn uitgangspositie en voor de matching, is niet zo bijzonder dat sprake is van een onbillijkheid van overwegende aard. Wat betreft de rechtspositie van betrokkene merkt de Raad op dat in artikel 6 van het Besluit bezoldiging politie is vastgelegd dat geen enkele ambtenaar er door de invoering van het LFNP in salaris op achteruit gaat.
Rechters
Advocaten
- W.J. Dammingh
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
