ECLI:NL:CRVB:2017:1218
Centrale Raad van Beroep · 29-03-2017 · zaaknummer 15/8191 ZW
Inhoudsindicatie
Het beroep van appellante, werkgeefster en eigenrisicodrager, tegen het bestreden besluit is ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard door de rechtbank. Het Uwv heeft in bezwaar vastgesteld dat betrokkene alsnog in aanmerking komt voor een ZW-uitkering tot en met de maximale uitkeringstermijn. Er resteren slechts functies uit twee SBC-codes om de schatting op te baseren, wat gelet op artikel 9, aanhef en onder a, van het Sb, onvoldoende is. Het bestreden besluit heeft een juiste arbeidskundige grondslag. Appellante kan dus ook niet gevolgd worden in haar betoog dat het Uwv – beslissend op het bezwaar van betrokkene – ten onrechte zijn besluit tot beëindiging van het ziekengeld heeft herroepen. Als gelijke bevindingen als die van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep in zijn rapport meteen ten grondslag zouden zijn gelegd aan de beoordeling op grond van artikelen 19aa en 19 ab van de ZW, zou immers toen al zijn gebleken dat voor beëindiging van het ziekengeld geen grond was. De beroepsgrond over de uitlooptermijn kan onbesproken blijven.
Advocaten
- M.H. Feiken
- R.A.J. Koks
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
