ECLI:NL:CRVB:2017:1014
Centrale Raad van Beroep · 14-03-2017 · zaaknummer 16/380 PW
Inhoudsindicatie
Afwijzing bijstandsaanvraag na eerdere intrekking. Bij uitspraak van 20 december 2016 (ECLI:NL:CRVB:2016:4872) heeft de Raad, in navolging van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 november 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3131), zijn rechtspraak over de toetsing door de bestuursrechter van besluiten op een herhaalde aanvraag of een verzoek om terug te komen van een besluit gewijzigd. Zoals de Raad tot uitdrukking heeft gebracht in zijn uitspraak van 31 januari 2017 (ECLI:NL:CRVB:2017:365), brengt die wijziging met zich dat voor de vraag welk toetsingskader wordt gehanteerd bepalend is op welke grondslag en op welke wijze het bestuursorgaan de aanvraag heeft afgewezen. Het college is in de bezwaarfase overgegaan tot een volledige heroverweging. In dat kader had het op de weg van het college gelegen om aan de hand van de informatie van appellante nader onderzoek in te stellen naar haar actuele woon- en verblijfsituatie. De in bezwaar door appellante ingebrachte informatie was voldoende concreet en verifieerbaar voor het college. Zo het college het gestelde onvoldoende achtte, had het dienen aan te geven welke (nadere) gegevens nog door appellante zouden moeten worden verstrekt dan wel had het ter verificatie van de gestelde woon- en verblijfsituatie een huisbezoek kunnen afleggen. Het college heeft een dergelijk onderzoek achterwege gelaten. De Raad stelt het recht op bijstand zelf vast.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
