ECLI:NL:CRVB:2016:926
Centrale Raad van Beroep · 09-03-2016 · zaaknummer 14/5623 WW
Inhoudsindicatie
Uit 4.2 volgt dat slechts aannemelijk is geworden dat appellante in de in geding zijnde perioden in twee gevallen betrokken is geweest bij het op haar naam zetten van auto’s en dat zij twee huurcontracten van woningen heeft ondertekend. Ter zitting heeft de gemachtigde van het Uwv te kennen gegeven dat als uitsluitend deze feiten als vaststaand worden aangenomen, slechts gesproken kan worden van een door appellante verrichte vriendendienst en dat dan geen sprake is van schending van de inlichtingenverplichting. Nu deze situatie zich voordoet, is de conclusie dat het Uwv niet aannemelijk heeft gemaakt dat appellante het Uwv vanaf 21 maart 2005 onjuist heeft geïnformeerd en daarmee haar inlichtingenverplichting heeft geschonden. Hieruit volgt dat niet is voldaan aan de voorwaarden om met terugwerkende kracht tot intrekking van de WW-, ZW- en WIA-uitkering te besluiten.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
