ECLI:NL:CRVB:2016:852
Centrale Raad van Beroep · 10-03-2016 · zaaknummer 14/718 AW
Inhoudsindicatie
De Raad is van oordeel dat de korpschef zich op het standpunt heeft mogen stellen dat appellante niet beschikt over de juiste grondhouding, nodig om het politieambt uit te oefenen. De korpschef was bevoegd om appellante op die grond te ontslaan. In wat appellante heeft aangevoerd ziet de Raad geen aanleiding voor het oordeel dat de korpschef bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid geen gebruik heeft kunnen maken van deze bevoegdheid.
Advocaten
- A. M.P. Bökkerink-de Koning
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
