ECLI:NL:CRVB:2016:5023
Centrale Raad van Beroep · 15-12-2016 · zaaknummer 12/5500 MAW
Inhoudsindicatie
In aanmerking genomen de nauwe samenhang tussen de besluitvorming over het ontslag en die over de suppletie-uitkering, welke beide besluitvormingsprocessen liggen in handen van de minister als voormalig (militair-)ambtelijk werkgever, leidt een en ander tot de conclusie dat de minister wettelijke rente over de suppletie-uitkering dient te vergoeden met ingang van de datum waarop op die uitkering achteraf gezien aanspraak bestond, zijnde 1 januari 2007. De Raad doet zelf af. Overschrijding redelijke termijn.
Advocaten
- A.L. Poortman
- J.L. van der Meer
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
