ECLI:NL:CRVB:2016:4489
Centrale Raad van Beroep · 24-11-2016 · zaaknummer 16/689 MAW
Inhoudsindicatie
De minister heeft in redelijkheid kunnen besluiten dat appellant niet wordt voorgedragen voor toewijzing van de geambieerde functie. Discretionaire bevoegdheid. Geen grond voor het oordeel dat het OAC-advies, vanwege de enkele aanwezigheid van majoor als toehoorder, onzorgvuldig tot stand zou zijn gekomen. Appellant is niet afgewezen vanwege het niet hebben voldaan aan de gestelde Hbo-opleidingseis, maar vanwege het ontbreken van bepaalde eigenschappen en vaardigheden om de officiersopleiding te kunnen volgen. Nu appellant niet geschikt werd geacht voor de officiersopleiding en hij uitdrukkelijk niet was vrijgesteld van de officiersopleiding, kwam hij reeds daarom niet in aanmerking voor toewijzing van de geambieerde functie. Of de geambieerde functie wel of niet op juiste gronden aan anderen is aangeboden als uitloopfunctie kan appellant niet baten, nu hij niet de rang van adjudant-onderofficier had, maar die van opperwachtmeester.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
