ECLI:NL:CRVB:2016:4371
Centrale Raad van Beroep · 10-11-2016 · zaaknummer 15/7390 AW
Inhoudsindicatie
Nu geen sprake is van plichtsverzuim was de minister niet bevoegd om appellant een disciplinaire straf op te leggen. Verweten plichtsverzuim houdt geen stand. Appellant verlengde zijn verblijf in Turkije met enkele dagen te verlengen om zijn zaken te kunnen afronden. Appellant kon niet op tijd terug in Nederland zijn om aldaar zijn dienst te verrichten. Dat deze omstandigheid mogelijk is veroorzaakt door een gebrekkige planning van zijn reis door appellant zelf kan hieraan niet afdoen. Het was verstandiger geweest als appellant al voordat hij zijn vliegticket had omgeboekt contact had opgenomen met zijn werkgever, doch dit verwijt is niet zodanig ernstig dat dit kan worden aangemerkt als plichtsverzuim. Schadevergoeding, bestaande uit de wettelijke rente over het na te betalen bedrag aan salaris.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
