ECLI:NL:CRVB:2016:4124
Centrale Raad van Beroep · 27-10-2016 · zaaknummer 15/6081 AW
Inhoudsindicatie
De rechtbank heeft het college op juiste gronden gevolgd in het standpunt dat de bezwaren van 5 september 2014 en 9 oktober 2014 terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard. Wil een bezwaar binnen de bezwaartermijn zijn ingesteld, dan dient voor het einde van de bezwaartermijn duidelijk te zijn tegen welke besluit het bezwaar zich richt. Nu in dit geding pas na het verstrijken van de bezwaartermijn - te weten met de brief van 9 oktober 2014 - is gebleken dat het bezwaar van appellant zich kennelijk richt tegen een ander besluit dan is meegezonden met het bezwaarschrift, moet worden geoordeeld dat het bezwaar niet tijdig is gemaakt. Voor zover het bezwaarschrift van 9 oktober 2014 is gericht tegen het ontslagbesluit van 31 juli 2014, is dit te laat ingediend. Er is geen grond voor het oordeel dat de overschrijding van de bezwaartermijn verschoonbaar was. Van het ontbreken van een bezwaarclausule, zoals door appellant betoogd, was geen sprake.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
